A. Inentingen

Door middel van vaccinatie proberen we het lichaam zodanig te stimuleren dat er voldoende afweerstoffen aangemaakt worden tegen specifieke virussen/bacteriën/schimmels om aldus bescherming te kunnen bieden tegen een mogelijke infectie.

 

De belangrijkste vaccinaties bij paarden zijn:

 

a)      Influenza/tetanus: dé jaarlijkse enting.

Influenza of het griepvirus en tetanus of zogenaamd ‘klem’ veroorzaakt door een bacterie die de spieren laat verkrampen tot uiteindelijk ademhalingsstilstand kan optreden.

b)      Rhinopneumonie:

Veroorzaakt door het Equine Herpesvirus type 1/4.

Een infectie kan op verschillende manieren tot uiting komen. Een gewone verkoudheid is de meest voorkomende en meest onschuldige vorm. Daarnaast kan er ook abortus optreden en het zenuwstelsel of de ogen aangetast worden.

c)      West-Nile:

Virus overgedragen door (tropische) muggen maar steeds meer onze kant opkomt. Zeer verscheiden symptomenbeeld mogelijk, vaak van neurologische aard.

d)     Droes:

Een zeer besmettelijke bacterie die bij veulens en jonge paarden abcedatie van de lymfeknopen thv keel en kaaktakken veroorzaakt. Men spreekt van verslagen droes wanneer elders in het lichaam lymfeknopen eveneens gaan abcederen.

e)      Schimmel:

Vaak voorkomende huidaandoening die bultjes en/of kale plekken op het lichaam veroorzaakt. Meestal te wijten aan een verzwakte weerstand van de huid door vocht of beschadiging.

B. Ontworming

De laatste jaren is er heel wat te doen geweest ivm het ontwormingsbeleid bij paarden.      Toenemende resistentie en vaak willekeurig ontwormen onafhankelijk van de situatie zijn daar mede de oorzaak van.

Tegenwoordig proberen we om kritischer om te gaan met ontwormingsadviezen.                    Belangrijk punten zijn oa:

*Leeftijdscategorie van het paard of de groep                                                        

*Aantal paarden en grootte van het weiland                                                           

*Onderhoud van het weiland (verwijderen mest,maaien, rotatiebeweiding, enz…)           

*Seizoen (einde zomer is de weidebesmetting en dus de infectiedruk het hoogst)

Verder proberen we door middel van mestonderzoek een inschatting te maken van de wormbesmetting. Wanneer we al deze punten in acht nemen kunnen we zo gericht mogelijk ontwormen wat vaak ook nog kostenbesparend werkt!

Desondanks komt een klinische wormbesmetting bij paarden toch regelmatig voor. Gevolgen hiervan kunnen oa. zijn.:

  • koliek
  • diarree
  • ‘niet goed in de haren zitten’
  • gewichtsverlies door slechte benutting voedingsstoffen
  • verminderde prestaties

Voorkomen is beter dan genezen, dus vraag op tijd advies aan uw dierenarts! Wij proberen samen met u de best mogelijke manier van aanpak te zoeken!

 

C. Chippen/Paspoort

Alle paarden in Europa moeten een paspoort hebben, daarbij geldt in Nederland de chipverplichting voor paarden die langer dan 6maand hier verblijven.

In het paspoort staat om welk dier het gaat door de vermelding van:

*Naam en afstamming

*Registratienummer en chipnummer

*Aftekeningen

 Verder moet in het paspoort ook worden aangegeven of het dier bestemd is voor humane consumptie of niet.

U kan dus als eigenaar beslissen om een dier uit te sluiten voor consumptie.  Daarvoor vult u de betreffende pagina in het paspoort in en laat deze afstempelen door de dierenarts. Deze beslissing is onherroepelijk maar laat een breder scala aan diergeneesmiddelen toe voor gebruik indien het paard ziek is.

Belangrijk om te weten:

*Een veulen dient vóór de 7 maand voorzien te zijn van een paspoort.  Daar is de eigenaar zelf verantwoordelijk voor!!!

*Voor een paspoort kan aangevraagd worden, moet het veulen gechipt zijn. Dit kan door een erkend paardendierenarts gedaan worden.

*Bij de aanvraag van een paspoort hoort een registratieformulier en het chipnummer.

*Voor veulens die tot een bepaald stamboek behoren kan een paspoort bij het betreffende stamboek aangevraagd worden, voor andere veulens kan een paspoort afgegeven worden door de KNHS.

 

D. Smid

No feet no horse!

Gezonde hoeven zijn de basis van een goed bewegend paard. Goede hoefverzorging begint bij voldoende beweging. Door de druk van de bodem wordt de veerkrachtigheid van de hoef op de proef gesteld wat op zijn beurt de doorbloeding ten goede komt. Dit noemen we het hoefmechanisme.

Naast voldoende beweging is het ook belangrijk om de stal en dus ook de hoeven zo schoon mogelijk te houden.

Op regelmatige basis moeten de hoeven ook bekapt worden en eventueel beslagen! Gemiddeld gebeurt dit om de 8 weken. Een goede hoefsmid is daarbij onontbeerlijk.

E. Fysiotherapie